Naar de inhoud

KENNISBANK · OCMW EN LEEFLOON

Vermogenstoets bij het leefloon: wat telt mee, ook in het buitenland

Leestijd 7 minuten · bijgewerkt oktober 2026

In het kort

Het leefloon is een laatste vangnet: wie er recht op wil hebben, moet eerst zijn eigen bestaansmiddelen aanspreken. Daarom onderzoekt het OCMW het inkomen én het vermogen van de aanvrager, ook onroerend goed in het buitenland. Dit artikel legt uit hoe dat bestaansmiddelenonderzoek werkt, hoe onroerend goed wordt beoordeeld en wat er gebeurt als een cliënt eigendom verzwijgt.

Het bestaansmiddelenonderzoek

Het recht op maatschappelijke integratie, waarvan het leefloon de bekendste vorm is, staat in de wet van 26 mei 2002. Een van de voorwaarden is dat de aanvrager niet over toereikende bestaansmiddelen beschikt en ze ook niet kan verwerven door eigen inspanningen of op een andere manier. Het OCMW moet dat nagaan met een sociaal onderzoek voordat het beslist.

In dat onderzoek telt het OCMW in beginsel alle bestaansmiddelen mee, van welke aard en oorsprong ook, tenzij de wet of het uitvoeringsbesluit van 11 juli 2002 ze uitdrukkelijk vrijstelt. Het gaat om beroepsinkomen, uitkeringen, onderhoudsgeld, roerend vermogen zoals spaargeld, en onroerend vermogen: woningen, appartementen en gronden. De aanvrager moet alle inlichtingen geven die voor het onderzoek nodig zijn en tekent daarvoor een verklaring.

Onroerend goed in België

Voor onroerend goed in België is het uitgangspunt het kadastraal inkomen. Het uitvoeringsbesluit bepaalt hoe het OCMW daaruit een bedrag aan bestaansmiddelen afleidt: voor bebouwde goederen wordt een veelvoud van het geïndexeerde kadastraal inkomen in rekening gebracht, met een vrijstelling die hoger wordt per kind ten laste, en voor onbebouwde goederen een ander veelvoud. Een woning die de aanvrager zelf bewoont, wordt anders behandeld dan een woning die hij verhuurt of leeg laat staan. Is het goed verhuurd, dan telt in sommige gevallen de werkelijke huur.

Belangrijker dan de rekenregel is de controle: het OCMW kan de eigendom in België eenvoudig nagaan via de gegevens van de FOD Financiën en via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Een verzwegen woning in België komt doorgaans aan het licht.

Onroerend goed in het buitenland

Voor onroerend goed in het buitenland gelden dezelfde regels: het telt mee als bestaansmiddel. Het probleem is niet de regel maar de vaststelling. Een appartement in Italië, een huis in Marokko, een perceel in Polen of een woning in Turkije komt in geen Belgisch register voor. Het OCMW is daarvoor aangewezen op de verklaring van de aanvrager en op wat het zelf kan nagaan.

Bij een buitenlands onroerend goed moet het OCMW bovendien een bedrag bepalen dat vergelijkbaar is met het kadastraal inkomen. In de praktijk gebeurt dat op basis van de waarde van het goed of de huuropbrengst. Daarvoor is een document uit het land zelf nodig: een kadasteruittreksel, een eigendomsakte en zo nodig een waardebepaling door een lokale taxateur. Zonder zo’n document kan het OCMW niets meetellen en niets terugvorderen.

Hoe een OCMW buitenlands bezit vaststelt

Het sociaal onderzoek is de bevoegdheid van de maatschappelijk werker. Die kan voor een onderdeel dat hij zelf niet kan uitvoeren, zoals het raadplegen van een buitenlands kadaster, een gespecialiseerd bureau inschakelen. Het OCMW blijft verwerkingsverantwoordelijke; het bureau werkt als verwerker in opdracht, met een verwerkersovereenkomst.

Een onderzoek begint altijd met een concreet vermoeden in het dossier: lange afwezigheden (zie de vierwekenregel bij verblijf in het buitenland), een erfenis, een adres in het buitenland, een verklaring van de cliënt zelf. Dan volgen drie stappen:

  1. een precheck: staat er onroerend goed op naam van de cliënt in de registers van het land in kwestie;
  2. bij een treffer een vermogensonderzoek ten gronde: uittreksels, akten, mede-eigenaren, beëdigde vertaling;
  3. zo nodig een waardebepaling om het bedrag te bepalen dat als bestaansmiddel meetelt.

Het OCMW neemt daarna zijn beslissing in de raad voor maatschappelijk welzijn, met het rapport als stuk in het dossier.

De federale regering heeft in juli 2026 op voorstel van de minister van Maatschappelijke Integratie beslist dat OCMW’s bij sterke aanwijzingen van leefloonfraude gespecialiseerde onderzoekskantoren mogen inschakelen voor controle op verzwegen onroerend goed in het buitenland en de inkomsten daaruit. Het kantoor verzamelt gerichte informatie uit lokale registers en kadasters; de maatschappelijk werker beoordeelt en het OCMW beslist, met behoud van het recht om gehoord te worden en in beroep te gaan. OCMW Antwerpen gaat voorop. De wettelijke omkadering wordt uitgewerkt; wij volgen die en passen deze tekst aan zodra zij is gepubliceerd. Wat wij precies voor OCMW’s doen, staat op de pagina voor OCMW’s.

Terugvordering bij verzwijging

Wie leefloon ontvangt op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, heeft dat leefloon ten onrechte ontvangen. De wet verplicht het OCMW om onverschuldigd betaald leefloon terug te vorderen, met een beperkte mogelijkheid om daarvan om billijkheidsredenen af te zien. Bij bedrieglijk opzet kan de terugvordering verder teruggaan dan bij een gewone vergissing en kan het OCMW bovendien het recht op leefloon voor een periode schorsen. Daarnaast kan het OCMW aangifte doen bij het arbeidsauditoraat.

Bij verzwegen onroerend goed in het buitenland beoordeelt het OCMW per dossier of er sprake is van bedrieglijk opzet, bijvoorbeeld wanneer de aanvrager bij elke herziening opnieuw heeft verklaard dat hij niets bezat. Welke mogelijkheden er zijn om de terugvordering ook in het buitenland te verhalen, leest u bij verhaal en beslag.

Bronnen: wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en koninklijk besluit van 11 juli 2002, toegelicht in Primabook van de POD Maatschappelijke Integratie; BRUZZ, 6 juli 2026 over de federale maatregel.

Veelgestelde vragen

Ja. Ook een erfdeel of een aandeel in mede-eigendom is onroerend vermogen. Het OCMW telt het aandeel van de aanvrager mee en beoordeelt of het te gelde kan worden gemaakt.

Lees ook

Voor OCMW’s

Voor OCMW’s

Vermogensonderzoek voor OCMW’s: is onroerend goed in het buitenland relevant voor een leefloondossier? Onderzoek via lokale advocaten, in 45 landen.

Lees meer
Precheck

Precheck

Precheck: een eerste onderzoek naar onroerende goederen in het buitenland op naam van de betrokkene. Doorgaans 1 tot 2 weken, offerte vooraf.

Lees meer
Volledig onderzoek ten gronde

Volledig onderzoek ten gronde

Volledig onderzoek ten gronde naar onroerende goederen in het buitenland: een gedetailleerd beeld van eigendom en verwerving, doorgaans 2 tot 4 weken.

Lees meer

Bespreek uw dossier

Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.

Bespreek uw dossier

+31 (0)85 111 01 23info@bureaubuitenland.be