KENNISBANK · OCMW EN LEEFLOON
Leefloon en verblijf in het buitenland: de vierwekenregel en wat het OCMW mag nagaan
In het kort
Wie leefloon ontvangt, moet in België verblijven. De wet staat een verblijf in het buitenland van maximaal vier weken per kalenderjaar toe; wie langer wegblijft zonder melding of zonder goede reden, verliest het leefloon voor die periode. In de praktijk is een langdurig of herhaald verblijf in het buitenland ook het meest voorkomende signaal dat iemand daar een woning heeft. Dit artikel zet de regel, de controle en de link met eigendomsonderzoek op een rij.
De vierwekenregel
De wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie verbindt het leefloon aan een werkelijk verblijf in België. De betaling wordt geschorst voor de periode waarin de gerechtigde langer dan vier weken per kalenderjaar in het buitenland verblijft. Het OCMW kan daarvan afwijken als uitzonderlijke omstandigheden het langere verblijf rechtvaardigen, bijvoorbeeld een ernstige ziekte van een ouder of, zoals de arbeidsgerechten in 2023 aanvaardden, gesloten grenzen tijdens de coronacrisis.
De gerechtigde moet elk verblijf in het buitenland vooraf melden aan het OCMW, met de duur en de reden. Wie niet meldt en toch langer dan vier weken wegblijft, ontvangt het leefloon over die periode ten onrechte. Het OCMW vordert het dan terug en kan bij bedrieglijk opzet het recht tijdelijk schorsen.
Wat het OCMW mag nagaan
Het OCMW mag het verblijf controleren met de middelen van het sociaal onderzoek: huisbezoeken, gesprekken, verbruiksgegevens van water en energie, de gegevens van de Kruispuntbank en informatie van andere diensten. Een maatschappelijk werker die bij herhaling niemand aantreft, een woning ziet die weken onbewoond is of hoort dat de cliënt “bij familie in het buitenland” is, heeft daarmee een concrete aanwijzing.
Wat het OCMW niet kan, is zelf vaststellen waar de cliënt in het buitenland verblijft en of hij daar een woning bezit. Reisbewegingen zijn binnen de Schengenzone niet geregistreerd, en voor landen buiten de Schengenzone heeft het OCMW geen toegang tot grens- of eigendomsgegevens.
Waarom verblijf vaak op eigendom wijst
Herhaald en langdurig verblijf in hetzelfde land kan een concrete aanwijzing zijn die nader dossieronderzoek rechtvaardigt. In onze dossiers blijkt bij langdurig verblijf regelmatig dat de betrokkene of zijn gezin daar een woning bezit of mede bezit: het ouderlijk huis, een eigen gebouwd huis, een appartement aan de kust. Voor het OCMW is dat dubbel relevant.
- Als bestaansmiddel. Onroerend goed in het buitenland telt mee in het bestaansmiddelenonderzoek, ongeacht de vierwekenregel. Een woning die leegstaat of wordt verhuurd, vertegenwoordigt vermogen of inkomen. Zie vermogenstoets bij het leefloon.
- Als bewijs van verblijf. Een woning op naam in de regio waar de cliënt telkens naartoe reist, onderbouwt de vaststelling dat het verblijf langer duurde dan opgegeven.
De vaststelling van afwezigheid in België en de vaststelling van eigendom in het buitenland versterken elkaar. Hoe u beide sporen combineert, leest u in domiciliefraude versus eigendomsfraude.
Hoe u het aanpakt
Een bruikbaar dossier ontstaat in drie stappen.
Leg de afwezigheid vast. Noteer data, bronnen en vaststellingen: het huisbezoek zonder gehoor, de verklaring van de cliënt bij terugkeer, het verbruik dat op nul stond. Vraag de cliënt schriftelijk naar de reden en de duur van het verblijf en naar zijn verblijfadres in het buitenland.
Laat een precheck uitvoeren. Met de identiteitsgegevens en de regio van verblijf gaat onze advocaat ter plaatse na of er onroerend goed op naam van de cliënt staat. De precheck is doorgaans binnen 1 tot 2 weken klaar. Een positieve uitkomst stelt op zichzelf geen fraude vast; een negatieve uitkomst sluit niet iedere vorm van buitenlands eigendom uit.
Beslis op basis van beide. Bij een positieve uitkomst kunt u een onderzoek ten gronde overwegen, met uittreksel, akte en zo nodig een waardebepaling. Het OCMW beslist daarna over schorsing, herziening en terugvordering, en hoort de cliënt. De federale regering heeft in 2026 bevestigd dat OCMW’s voor dit soort onderzoek gespecialiseerde kantoren mogen inschakelen.
Bronnen: wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, toegelicht in Primabook van de POD Maatschappelijke Integratie; BRUZZ, 6 juli 2026.
Veelgestelde vragen
Jawel, tot vier weken per kalenderjaar, mits vooraf gemeld. Langer kan alleen met toestemming van het OCMW om uitzonderlijke redenen.
De regel staat in de wet op het recht op maatschappelijke integratie en geldt voor het leefloon. Voor andere steun beslist het OCMW zelf, maar het verblijfsvereiste en het bestaansmiddelenonderzoek gelden daar evengoed.
In de praktijk niet. Het OCMW steunt op het sociaal onderzoek en op de medewerkingsplicht van de cliënt. Een eigendomsonderzoek in het land van verblijf kan objectieve gegevens opleveren die het OCMW anders niet krijgt.
Lees ook

Voor OCMW’s
Vermogensonderzoek voor OCMW’s: is onroerend goed in het buitenland relevant voor een leefloondossier? Onderzoek via lokale advocaten, in 45 landen.
Lees meer
Vermogenstoets bij het leefloon: wat telt mee, ook in het buitenland
Welke bestaansmiddelen een OCMW meetelt bij het leefloon, hoe onroerend goed in België en in het buitenland wordt beoordeeld en wat verzwijging betekent.
Lees meer
Domiciliefraude versus eigendomsfraude: twee onderzoeken, twee bewijzen
Domiciliefraude gaat over waar iemand woont, eigendomsfraude over wat iemand bezit. Twee onderzoeken, twee soorten bewijs, en wanneer ze samengaan.
Lees meerBespreek uw dossier
Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.