KENNISBANK · OCMW EN LEEFLOON
Domiciliefraude versus eigendomsfraude: twee onderzoeken, twee bewijzen
In het kort
Domiciliefraude en eigendomsfraude worden vaak in één adem genoemd, maar het zijn verschillende dingen. Bij domiciliefraude klopt het opgegeven adres of de gezinssamenstelling niet. Bij eigendomsfraude verzwijgt iemand dat hij een woning of grond bezit. Het eerste onderzoekt u in België, het tweede in het land waar de eigendom ligt. Dit artikel zet de verschillen op een rij en laat zien wanneer beide samengaan.
Wat domiciliefraude is
Domiciliefraude is het opgeven van een onjuiste woonsituatie om een voordeel te verkrijgen of te behouden. De bekendste vormen:
- een uitkeringsgerechtigde geeft op alleen te wonen terwijl hij samenwoont, om het hogere bedrag voor alleenstaanden te krijgen;
- een sociale huurder laat iemand bijwonen zonder dat te melden, waardoor de huurprijs te laag blijft;
- iemand staat ingeschreven op een adres waar hij niet werkelijk woont, bijvoorbeeld omdat hij grotendeels in het buitenland verblijft.
Het onderzoek naar domiciliefraude gebeurt in België: huisbezoeken door de maatschappelijk werker of de huurdersbegeleider, verslagen van de wijkagent, verbruiksgegevens van water en energie, meldingen van buren. Het bewijs is een vaststelling over de feitelijke woonsituatie op een bepaald moment.
Wat eigendomsfraude is
Eigendomsfraude is het verzwijgen van onroerend goed om een voordeel te verkrijgen waarop men met dat bezit geen recht heeft. Voor een sociale huurder gaat het om de eigendomsvoorwaarde: wie een woning of bouwgrond bezit, komt niet in aanmerking. Voor een leefloongerechtigde gaat het om de vermogenstoets: onroerend goed is een bestaansmiddel dat meetelt.
Eigendom in België komt doorgaans aan het licht via de gegevens van de FOD Financiën. Eigendomsfraude speelt daarom in de praktijk vooral met onroerend goed in het buitenland: een appartement aan een kust, een geërfd deel van een ouderlijke woning, een stuk landbouwgrond, in Italië, Marokko, Polen of Turkije. Dat bezit staat in geen enkel Belgisch register.
Verschillende bewijzen
Het belangrijkste verschil zit in het bewijs. Een huisbezoek zegt niets over een woning in het buitenland, en een kadasteruittreksel uit het buitenland zegt niets over wie er in Antwerpen in de sociale woning slaapt.
| Domiciliefraude | Eigendomsfraude | |
|---|---|---|
| Vraag | Waar woont de betrokkene, met wie? | Wat bezit de betrokkene, waar? |
| Plaats van onderzoek | België | het land waar de eigendom ligt |
| Bewijs | vaststellingen ter plaatse, verbruik, verklaringen | uittreksel uit het eigendomsregister, akte, taxatie |
| Wie onderzoekt | maatschappelijk werker, wijkagent, toezichthouder | advocaat of notaris ter plaatse, via een gespecialiseerd bureau |
| Houdbaarheid | momentopname, kan betwist worden | registergegeven op de datum van raadpleging; bewijswaarde per dossier beoordeeld |
| Gevolg | herberekening, terugvordering, eventueel opzeg | terugvordering van korting of steun, opzeg, soms strafklacht |
Wie onderzoekt wat
Domiciliefraude hoort bij de eigen dienst: de maatschappelijk werker van het OCMW, de huurdersbegeleider van de woonmaatschappij, de wijkagent en zo nodig de toezichthouder of de sociale inspectie. Het vraagt lokale kennis en aanwezigheid.
Een eigen dienst kan eigendomsfraude in het buitenland niet zelf onderzoeken. Een Belgische ambtenaar heeft geen toegang tot een buitenlands kadaster en mag daar ook niet zelf op onderzoek uit. Daarvoor is een bureau nodig dat werkt met advocaten in het land zelf, die bevoegd zijn om de registers te raadplegen. Bureaubuitenland België doet precies dat: een precheck van doorgaans 1 tot 2 weken en, als u na een positieve uitkomst daartoe besluit, een onderzoek ten gronde met documenten en vertaling. Wij doen geen observaties en geen huisbezoeken; dat is ook niet nodig om eigendom aan te tonen.
Wanneer beide samengaan
In de praktijk gaan de twee vormen vaak samen. De typische situatie: een huurder of cliënt verblijft maanden per jaar in het buitenland, in een woning die van hem is. Het domicilieonderzoek stelt de afwezigheid vast, maar kan niet bewijzen waar de betrokkene dan wél woont en waarom. Het eigendomsonderzoek kan dat onderbouwen als blijkt dat de woning in het buitenland op zijn naam staat. Voor het leefloon gelden daarbij eigen regels: zie leefloon en verblijf in het buitenland.
Omgekeerd is een vastgestelde langdurige afwezigheid vaak het concrete vermoeden dat een eigendomsonderzoek rechtvaardigt. Het is dus zinvol om beide sporen naast elkaar te zetten:
- Stel bij het domicilieonderzoek vast hoe vaak en hoe lang de betrokkene afwezig is en naar welk land hij reist.
- Laat op basis daarvan een precheck uitvoeren in dat land.
- Combineer de twee vaststellingen in het dossier: afwezigheid plus eigendom vormt een samenhangend dossier; de raad, de vrederechter of de arbeidsrechtbank beoordeelt wat dat betekent.
Een voorbeeld van die combinatie is de zaak van De Zonnige Woonst in Hamme, waar de woonmaatschappij eerst hardnekkige geruchten en langdurig verblijf in het buitenland vaststelde en daarna de eigendom liet onderzoeken. De vrederechter aanvaardde het bewijs in 2019 in dat specifieke dossier; zie de toelichting van De Zonnige Woonst.
Bronnen: Primabook POD Maatschappelijke Integratie (sociaal onderzoek); Wonen in Vlaanderen (toezicht sociale huur); VRT NWS, 18 juni 2019.
Veelgestelde vragen
Nee. Een huisbezoek zegt iets over de woonsituatie in België, niet over bezit in het buitenland. Daarvoor is een uittreksel uit het eigendomsregister van het land in kwestie nodig.
In de meeste landen niet: de registers zijn niet openbaar of alleen toegankelijk voor bevoegde personen ter plaatse. Daarom werken wij met lokale advocaten.
Dan rapporteren wij wat het register zegt. Staat het goed op naam van de ouders, dan is er geen eigendom van de betrokkene; staat er een erfdeel op zijn naam, dan is dat wél eigendom.
Lees ook

Voor OCMW’s
Vermogensonderzoek voor OCMW’s: is onroerend goed in het buitenland relevant voor een leefloondossier? Onderzoek via lokale advocaten, in 45 landen.
Lees meer
Voor woonmaatschappijen
Vermogensonderzoek voor woonmaatschappijen: bezit een sociale huurder onroerend goed in het buitenland? Precheck en rapportage voor uw dossier.
Lees meer
Precheck
Precheck: een eerste onderzoek naar onroerende goederen in het buitenland op naam van de betrokkene. Doorgaans 1 tot 2 weken, offerte vooraf.
Lees meerBespreek uw dossier
Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.