JURISPRUDENTIE · HOF VAN CASSATIE
Hof van Cassatie, 26 maart 2026: ook een kosteloos verkregen deel van een perceel in Marokko telt
In het kort
Het hoogste Belgische rechtscollege oordeelde dat een sociale huurder die sinds 2001 samen met zijn broer een perceel grond in Marokko bezat, de eigendomsvoorwaarde schond, ook al had hij dat deel gratis gekregen. De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen had anders beslist; dat vonnis is vernietigd en de zaak is verwezen naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg.
De zaak
De huurder bewoonde sinds 1 april 2015 een sociale woning van Woonhaven Antwerpen. Uit onderzoek bleek dat hij sinds 5 maart 2001 samen met zijn broer eigenaar was van een perceel grond in Marokko, waarop intussen een woning was gebouwd. Het perceel was kosteloos verworven. Woonhaven zegde de huurovereenkomst op bij aangetekende brief van 14 december 2021, omdat de huurder niet meer aan de voorwaarden inzake onroerend bezit voldeed.
Wat de rechtbank van eerste aanleg had beslist
De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen oordeelde op 27 juni 2024, in hoger beroep tegen het vonnis van de vrederechter, dat de huurder geen contractuele wanprestatie had begaan en dat de opzegging ongeldig was. De rechtbank meende dat de regels niet golden voor een deel van een onroerend goed dat gratis was verkregen. Woonhaven ging in cassatie.
Wat het Hof van Cassatie besliste
Het Hof zette de regelgeving op een rij. Artikel 6.21 van de Vlaamse Codex Wonen bepaalt dat de huurder van een sociale huurwoning tijdens de hele duur van de huurovereenkomst moet voldoen aan de voorwaarden inzake onroerend bezit. Sinds de wijziging van het Kaderbesluit Sociale Huur die op 1 maart 2017 in werking trad, mocht een sociale huurder geen woning of perceel bestemd voor woningbouw geheel óf gedeeltelijk in volle eigendom hebben, in binnen- of buitenland. Wie op 1 maart 2017 al gedeeltelijk eigenaar was, moest binnen een jaar uit onverdeeldheid treden.
Die verplichting gold volgens het Hof “ongeacht of dit perceel kosteloos dan wel ten bezwarende titel werd verworven”. Wie dat naliet, pleegde een inbreuk op artikel 6.21 en dus een contractuele wanprestatie. De rechtbank van eerste aanleg had het recht geschonden door te oordelen dat een kosteloos verkregen deel geen grond voor opzegging opleverde. Het Hof vernietigde het vonnis en verwees de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, die opnieuw in hoger beroep moet oordelen.
De regel is sinds 1 oktober 2025 veranderd
Het arrest past de regels toe die golden van 1 maart 2017 tot 30 september 2025. Na een arrest van de Raad van State van 17 september 2024 telt gedeeltelijke eigendom sinds 1 oktober 2025 niet meer mee voor de eigendomsvoorwaarde; volle eigendom blijft uitgesloten. Voor huurperiodes vóór 1 oktober 2025 blijft de oude regel bepalend, en dus ook dit arrest. Lees de nieuwe eigendomsvoorwaarde.
Wat dit betekent voor woonmaatschappijen
Drie punten zijn van belang.
Buitenlands bezit wordt gelijk behandeld. Het Hof maakt geen onderscheid tussen een perceel in Vlaanderen en een perceel in Marokko. De plaats van het goed doet er niet toe, alleen het recht dat de huurder erop heeft.
De wijze van verkrijging doet er niet toe. Erfenis, schenking of koop: voor de eigendomsvoorwaarde maakte het geen verschil. Dat is precies het argument dat huurders vaak aanvoeren (“ik heb het alleen maar geërfd”) en dat hiermee van tafel is, in elk geval voor de periode tot 1 oktober 2025.
De terugvordering over het verleden blijft mogelijk. Ook nu een erfdeel niet meer uitsluit, kan een woonmaatschappij de sociale korting over de jaren 2017 tot september 2025 terugvorderen van een huurder die toen gedeeltelijk eigenaar was en dat verzweeg. Een onderzoek dat de eigendom en de datum van verkrijging vastlegt, blijft daarvoor nodig; hoe wij dat doen, leest u bij vermogensonderzoek ten gronde. Iedere uitspraak heeft betrekking op een specifiek dossier en biedt geen garantie voor de uitkomst van een andere zaak. De rechter beoordeelt de bewijswaarde van de ingebrachte stukken.
Bron: Hof van Cassatie 26 maart 2026, C.24.0424.N, ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260326.1N.4 (Juportal); Rechtskundig Weekblad 2026-27, p. 252.
Meer jurisprudentie

Jurisprudentie
Jurisprudentie over buitenlands onroerend goed van sociale huurders: Hamme 2019, Antwerpen 2020, Woonhaven, Grondwettelijk Hof 2024 en Cassatie 2026.
Lees meer
Bij vermoeden van sociale fraude is onderzoek naar buitenlandse eigendommen verplicht
Vredegerecht Antwerpen gaf Woonhaven gelijk: een woonmaatschappij mág niet alleen onderzoeken of een huurder eigendom in het buitenland heeft, zij moet.
Lees meer
Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020
Vonnis in beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (5 oktober 2020): verzwijgen van buitenlands onroerend goed is een ernstige schending.
Lees meerBespreek uw dossier
Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.