JURISPRUDENTIE · VREDEGERECHT ANTWERPEN
Bij vermoeden van sociale fraude is onderzoek naar buitenlandse eigendommen verplicht
In het kort
De vrederechter in Antwerpen gaf woonmaatschappij Woonhaven gelijk in een zaak tegen een huurder met eigendommen in het buitenland. De rechter ging een stap verder: een woonmaatschappij mág niet alleen onderzoeken of een huurder eigendom heeft in het buitenland, zij is daartoe verplicht. Het was de derde zaak op rij die de stad Antwerpen op dit punt won.
De zaak
Woonhaven, de grootste woonmaatschappij van Antwerpen, daagde een huurder voor de vrederechter omdat hij eigendommen bezat in het buitenland. De maatschappij vorderde de huurkorting terug die de man negen jaar lang had ontvangen. Het ging om ongeveer 50.000 euro, inclusief de kosten van het onderzoek.
Het oordeel
De vrederechter gaf Woonhaven gelijk en voegde daar een principiële overweging aan toe. Een woonmaatschappij heeft de plicht om onderzoek te doen naar eigendommen in het buitenland. Dat past, aldus het vonnis, in haar opdracht om woningen te voorzien voor behoeftige gezinnen en alleenstaanden. De rechter wees daarbij op de wachtlijsten: in Antwerpen wachtten op dat moment 24.400 kandidaat-huurders op een sociale woning.
De praktijk in Antwerpen
Sinds 2017 zet de stad Antwerpen externe onderzoeksbureaus in om vermoedens van eigendom in het buitenland te onderzoeken. De Antwerpse schepen voor Sociale Zaken voelde zich door het vonnis gesterkt: het was de derde zaak die voor de rechter kwam en de derde die de stad won.
Volgens de stad wordt een onderzoek alleen gestart als er aanwijzingen of vermoedens zijn dat een huurder fraudeert. In 40 tot 50 procent van die gevallen blijkt het vermoeden te kloppen. In de rechtszaak die volgt worden geen boetes gevraagd, wel de terugbetaling van de huurkorting, de kosten van het onderzoek en de ontbinding van het huurcontract. Wie de woning in het buitenland verkoopt en zich in regel stelt, kan in sommige gevallen de sociale huurwoning houden.
Naar een Vlaams kader
De Vlaamse minister van Wonen kondigde naar aanleiding van deze zaken een wettelijk kader aan waarbinnen alle woonmaatschappijen zulke onderzoeken kunnen laten uitvoeren, via een aanbesteding met een of meer gespecialiseerde bureaus. Dat kader is er sinds maart 2021 in de vorm van de Vlaamse raamovereenkomst voor buitenlands eigendomsonderzoek. Meer daarover leest u in de Vlaamse raamovereenkomst uitgelegd.
Wat dit betekent voor woonmaatschappijen
Controle op eigendom in het buitenland is volgens deze uitspraak geen keuze maar een plicht die voortvloeit uit de opdracht van de woonmaatschappij. Dat kan uw positie versterken tegenover huurders die het onderzoek betwisten, en het sluit aan bij de uitspraken van de vrederechter in Hamme en de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen. Iedere uitspraak heeft betrekking op een specifiek dossier en biedt geen garantie voor de uitkomst van een andere zaak.
Bronnen: Het Nieuwsblad, bericht over het vonnis van het vredegerecht Antwerpen in de zaak Woonhaven; overgenomen door SCEPTR (januari 2020).
Meer jurisprudentie

Jurisprudentie
Jurisprudentie over buitenlands onroerend goed van sociale huurders: Hamme 2019, Antwerpen 2020, Woonhaven, Grondwettelijk Hof 2024 en Cassatie 2026.
Lees meer
Uitspraak vrederechter Hamme, 6 juni 2019
Vonnis vrederechter Hamme, 6 juni 2019: sociale huurder met verzwegen eigendom in Turkije betaalt onterecht genoten voordeel en onderzoekskosten terug.
Lees meer
Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020
Vonnis in beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (5 oktober 2020): verzwijgen van buitenlands onroerend goed is een ernstige schending.
Lees meerBespreek uw dossier
Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.