Naar de inhoud

ACHTERGROND · NEDERLANDSE RECHTSPRAAK

Jurisprudentie Centrale Raad van Beroep (Nederland) over vermogensonderzoek in Turkije

Centrale Raad van Beroep · uitspraken van 1 oktober 2018 · ECLI:NL:CRVB:2018:2911 tot en met 2914

In het kort

Op 1 oktober 2018 oordeelde de Centrale Raad van Beroep, de hoogste Nederlandse bestuursrechter in socialezekerheidszaken, in vier zaken dat in Turkije verkregen bewijs van verzwegen onroerend goed mag worden gebruikt om bijstand in te trekken en terug te vorderen. Twee van die zaken betroffen onderzoeken van Bureaubuitenland. Deze uitspraken gelden niet in België, maar laten zien hoe een hoogste rechter dezelfde werkwijze heeft beoordeeld.

Nederlandse rechtspraak, ter achtergrond

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) is een Nederlandse rechter. Zijn uitspraken binden de Belgische rechter niet. Wij nemen ze op omdat de verweren die erin worden behandeld, privacy, discriminatie, proportionaliteit en onrechtmatig verkregen bewijs, dezelfde zijn als die in Belgische zaken worden gevoerd. Voor de Belgische rechtspraak: zie jurisprudentie.

Rechtmatigheid van het onderzoek

Na een groot aantal eerdere uitspraken deed de CRvB op 1 oktober 2018 in vier zaken uitspraak over beroepen op onrechtmatig verkregen bewijs. Twee daarvan (ECLI:NL:CRVB:2018:2911 en 2912) betroffen onderzoeken die Bureaubuitenland in Turkije had uitgevoerd voor een Nederlandse intergemeentelijke sociale dienst. In beide zaken was een precheck voorafgegaan aan het vermogensonderzoek.

De uitspraak was helder: gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank mochten het in Turkije verkregen bewijs van verzwegen onroerend goed gebruiken om bijstand in te trekken en terug te vorderen. Naar vaste rechtspraak voegde de Raad daaraan toe:

Het bewijs is slechts dan onrechtmatig, indien de bewijsmiddelen zijn verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht.

En verder:

Geen regel van Nederlands recht, daaronder begrepen verdragenrecht, schrijft voor dat bewijs, vergaard door, in opdracht of onder verantwoordelijkheid van Nederlandse bestuursorganen, naar Turks recht rechtmatig moet zijn verkregen.

Wel moet naar Nederlands recht sprake zijn van een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) en van bescherming van het privéleven (artikel 8 EVRM). Het recht van het land van de opdrachtgever is dus beslissend.

Privacy (artikel 8 EVRM)

Het beroep op schending van het privéleven wordt door de CRvB stelselmatig afgewezen. Over het raadplegen van gegevens in digitale registers overweegt de Raad dat daarmee een beperkte en aanvaardbare inbreuk op het recht op respect voor het privéleven wordt gemaakt.

Verbod op discriminatie (artikel 14 EVRM)

Ook hier is de CRvB duidelijk: er mag geen ongerechtvaardigd onderscheid worden gemaakt tussen personen die in het buitenland zijn geboren en personen die in Nederland zijn geboren. Een onderzoek naar vermogen in het buitenland mag dus niet uitsluitend gericht zijn op uitkeringsgerechtigden met een geboorteplaats in het buitenland. Dit is de reden waarom wij uitsluitend onderzoeken op basis van een concreet vermoeden in een dossier, nooit op basis van afkomst.

Proportionaliteit en subsidiariteit

De Raad overwoog dat niet kon worden geoordeeld dat op enig moment een minder ingrijpend onderzoeksmiddel ter beschikking stond om de rechtmatigheid van de bijstand te onderzoeken, omdat de betrokkenen het bezit van het vermogen niet zelf hadden opgegeven. Aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit was daarmee voldaan.

Volkenrecht

Voor zover werd aangevoerd dat de Nederlandse staat in strijd met het volkenrecht handelde door zonder toestemming van de Turkse autoriteiten onderzoek te laten verrichten, kon dat de betrokkenen niet baten: die regels van volkenrecht beschermen de belangen van de Turkse staat, niet die van de betrokkenen.

De precheck als screeningsinstrument

In ECLI:NL:CRVB:2018:2912 valt te lezen dat aan de vermogensonderzoeken een aantal screenings voorafging. Op de groep die na de derde screening overbleef, verrichtte Bureaubuitenland een precheck in Turkije. Op basis daarvan werd de onderzoeksopdracht verstrekt. Het gebruik van de precheck als screeningsinstrument stond in die zaak niet in de weg aan het gebruik van het bewijs. Iedere uitspraak heeft betrekking op een specifiek dossier en biedt geen garantie voor de uitkomst van een andere zaak. Een precheck stelt op zichzelf ook geen fraude vast. Hoe die precheck vandaag werkt, leest u bij precheck.

Bronnen: ECLI:NL:CRVB:2018:2911, 2912, 2913 en 2914, gepubliceerd op rechtspraak.nl op 1 oktober 2018.

Belgische jurisprudentie

Jurisprudentie

Jurisprudentie

Jurisprudentie over buitenlands onroerend goed van sociale huurders: Hamme 2019, Antwerpen 2020, Woonhaven, Grondwettelijk Hof 2024 en Cassatie 2026.

Lees meer
Uitspraak vrederechter Hamme, 6 juni 2019

Uitspraak vrederechter Hamme, 6 juni 2019

Vonnis vrederechter Hamme, 6 juni 2019: sociale huurder met verzwegen eigendom in Turkije betaalt onterecht genoten voordeel en onderzoekskosten terug.

Lees meer
Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020

Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020

Vonnis in beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (5 oktober 2020): verzwijgen van buitenlands onroerend goed is een ernstige schending.

Lees meer

Bespreek uw dossier

Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.

Bespreek uw dossier

+31 (0)85 111 01 23info@bureaubuitenland.be