Naar de inhoud

JURISPRUDENTIE · GRONDWETTELIJK HOF

Grondwettelijk Hof, 18 januari 2024: de eigendomsvoorwaarde is grondwettig, ook voor een woning in Marokko

Grondwettelijk Hof, arrest nr. 8/2024 van 18 januari 2024, rolnummer 7937 · prejudiciële vraag vrederechter Veurne

In het kort

Sociale huurders uit Adinkerke kochten in 2014 met een erfenis en een banklening een woning in Marokko. Toen de woonmaatschappij dat via een onderzoeksbureau ontdekte en de huur opzegde, voerden zij aan dat de eigendomsvoorwaarde discrimineert: wie hetzelfde geld op de bank laat staan, mag blijven. Het Grondwettelijk Hof wees dat af. Wie onroerend goed bezit, kan zijn recht op wonen in beginsel zelf realiseren.

De zaak

Woonmaatschappij IJzer en Zee verhuurde sinds 1 januari 2006 een sociale woning in Adinkerke aan een echtpaar. Uit onderzoek door een externe partner, het onderzoeksbureau Focus Handhaving, bleek dat het echtpaar op 4 november 2014 een woning in Angad (Marokko) had gekocht, elk voor de helft. De woonmaatschappij zegde de huurovereenkomst op bij aangetekende brief van 21 februari 2022 en vorderde de onterecht genoten sociale korting terug. De huurders verlieten de woning eind mei 2022 en de zaak kwam voor de vrederechter van het kanton Veurne.

De huurders betwistten de vordering niet rechtstreeks, maar vroegen de vrederechter om een vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Zij hadden de woning betaald met de erfenis van de vader van de vrouw en een lening bij de bank van 6 december 2012. Hun stelling: wie zulke middelen in onroerend goed steekt, verliest zijn sociale woning, terwijl wie hetzelfde geld op een rekening laat staan niets riskeert. Dat zou discriminerend zijn.

De prejudiciële vraag

De vrederechter stelde op 14 februari 2023 de vraag of artikel 6.21 van de Vlaamse Codex Wonen, dat bepaalt dat de huurder tijdens de hele duur van de huurovereenkomst aan de voorwaarden inzake onroerend bezit moet voldoen, de artikelen 10, 11, 22 en 23 van de Grondwet schendt door een onderscheid te maken tussen huurders die geërfd, geleend of gespaard geld in onroerend goed beleggen en huurders die dat geld roerend houden.

Wat het Hof besliste

Het Hof oordeelde op 18 januari 2024 dat artikel 6.21 de Grondwet niet schendt. Het onderscheid berust op een objectief criterium, de aard van het vermogen, en is redelijk verantwoord. De decreetgever wil de schaarse sociale huurwoningen voorbehouden aan wie ze het hardst nodig heeft en wil doorstroming naar de private markt van wie daarvoor de middelen heeft.

De kernoverweging luidt:

Immers, een onroerend bezit laat in beginsel toe het recht op wonen eenvoudiger op eigen kracht te realiseren door het betrokken onroerend goed ofwel zelf te bewonen, ofwel door de middelen die voortvloeien uit de verhuur, exploitatie of verkoop van het onroerend goed of het zakelijk recht aan te wenden voor een woning op de private markt.

Het Hof voegde eraan toe dat het aan de gewone rechter is om na te gaan of de concrete eigendomsvoorwaarden die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, redelijkerwijs verband houden met de mogelijkheid om in behoorlijke huisvesting te voorzien. Over het recht op privéleven en het recht op behoorlijke huisvesting kwam het Hof tot dezelfde conclusie: geen schending.

Wat dit betekent voor woonmaatschappijen

De eigendomsvoorwaarde staat op het hoogste niveau vast. Na de vrederechters en de rechtbank van eerste aanleg heeft nu ook het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat een sociale huurder die een woning bezit, waar ook ter wereld, zijn sociale woning kan verliezen. Het argument dat de woning met een erfenis of lening is betaald, helpt de huurder niet. Wat de regel inhoudt, leest u in de eigendomsvoorwaarde in de Vlaamse Codex Wonen.

Onderzoek via een bureau is in de feiten van het arrest vanzelfsprekend. Het Hof beschrijft zonder enig voorbehoud dat de eigendom aan het licht kwam door onderzoek van een externe partner. Dat sluit aan bij de uitspraken van Hamme, Antwerpen en Woonhaven.

De terugvordering van de korting is het normale gevolg. De woonmaatschappij vorderde naast de opzegging de sociale korting terug. Hoe die vordering wordt opgebouwd, leest u in wat de Belgische rechter zegt. Iedere uitspraak heeft betrekking op een specifiek dossier en biedt geen garantie voor de uitkomst van een andere zaak.

Bron: Grondwettelijk Hof, arrest nr. 8/2024 van 18 januari 2024, rolnummer 7937, ECLI:BE:GHCC:2024:ARR.008 (const-court.be).

Meer jurisprudentie

Jurisprudentie

Jurisprudentie

Jurisprudentie over buitenlands onroerend goed van sociale huurders: Hamme 2019, Antwerpen 2020, Woonhaven, Grondwettelijk Hof 2024 en Cassatie 2026.

Lees meer
Uitspraak vrederechter Hamme, 6 juni 2019

Uitspraak vrederechter Hamme, 6 juni 2019

Vonnis vrederechter Hamme, 6 juni 2019: sociale huurder met verzwegen eigendom in Turkije betaalt onterecht genoten voordeel en onderzoekskosten terug.

Lees meer
Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020

Vonnis in beroep: rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 5 oktober 2020

Vonnis in beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (5 oktober 2020): verzwijgen van buitenlands onroerend goed is een ernstige schending.

Lees meer

Bespreek uw dossier

Heeft u een vraag over onroerende goederen in het buitenland? Wij bespreken graag welke dienstverlening past bij uw dossier. U ontvangt vooraf duidelijkheid over de opdracht, de doorlooptijd en de kosten.

Bespreek uw dossier

+31 (0)85 111 01 23info@bureaubuitenland.be